MicMec is nog lang niet klaar op Ambon

21 June 2010, geschreven door Wendy

De dames van MicMec zijn terug van Ambon. Ze zitten weer gewoon tussen de kikkertjes in de Vlissingse Korenbloemlaan. Uit te puffen, want het was heel intensief. Maar ook heel lonend. En nog lang niet klaar.

Hónderden leerkrachten hebben Els van den Kerkhof, Ada Lilipaly en Mary de Lima voor de klas gehad. Van het Vlissingse team leerden zij hoe ze hun verplichte uurtje milieules wekelijks kunnen invullen. Lilipaly schreef de lesstof, Van den Kerkhof legde uit, De Lima vertaalde.
De leerkrachten vonden het allemaal prachtig – alleen al omdat ze zo’n mooie multomap kregen en een certificaat tot besluit. Ze stonden te popelen om ermee aan de slag te gaan. „Ze bleken veel strijdlustiger dan de ambtenaren van het gemeentehuis”, zegt Van den Kerkhof. „Ze zien dat een beter milieu bij hen begint. Ze willen écht dat Ambon schoner wordt, en zijn bereid daar veel voor te doen.”
Toch zijn die ambtenaren ook nodig: op Ambon bestaat amper een vuilophaalsysteem. Maar ambtenaren hebben de dames niet gesproken. „Daar kwamen wij niet voor. Dat is een taak van de gemeente. Leerkrachten kunnen de gemeente aansporen om maatregelen te treffen. Die zal hen heus niet voor gek laten staan, samen met al die kinderen.”
Want die trokken op Wereldafvaldag, 23 april, massaal door de straten van de Molukse hoofdstad om hun groene ongenoegen te uiten. Met bezems en vuilniszakken riepen de 2300 kinderen om een beter beleid, nadat ze ’s morgens al stranden hadden schoongemaakt. En toen Lilipaly op het eiland Saparua haar schoonfamilie bezocht, vroeg de dominee direct of zij het MicMec-verhaal voor haar kerk wilde houden. Snel liet ze nog even een paar honderd folders drukken en die zondag hoorden driehonderd mensen, die gewend zijn hun afval in de natuur te dumpen, hoe het anders kan.
Zij voelt de vooruitgang. „We bereiken steeds meer mensen. En die mensen vertellen het door aan andere mensen. Zo hadden wij op de cursus zelf in eerste instantie maar 23 green guru’s zoals de milieuleerkrachten worden genoemd, maar uiteindelijk hebben we van elke school enkele leerkrachten voor ons gehad. Elke school op Ambon, en dat zijn er 195, heeft nu zijn eigen lesmateriaal.”

En hoe zit het met die leskisten, waarvan de Zeeuwse stagiairs zeiden dat ze niet worden gebruikt? „Die hadden ze moeten verspreiden, maar dat is er niet van gekomen”, verdedigt Van den Kerkhof. „Gewoon, omdat ze het hartstikke druk hebben. Bovendien was er meer scholing nodig en daar hebben we hard aan gewerkt. Intussen heeft elke school een leskist. Ze moeten het alleen nog wel zelf aanvullen. Maar ze kunnen best zelf een wormenbakje maken.”
Het werk moet worden doorgezet, vinden ze bij MicMec. Probleem is echter dat de Vereniging van Nederlandse Gemeenten stopt met haar afvalproject, waar het milieueducatiecentrum subsidie van kreeg. En dus gaat ze op zoek naar andere geldverstrekkers.

Gepost op Nederland | 2 reacties »

‘Right, darling?’

18 June 2010, geschreven door Wendy

Op wie de stedenband tussen Vlissingen en Ambon in Nederland stoelt, is duidelijk, met het bestaan van de Stichting Samenwerking Vlissingen Ambon. Maar zoiets is er niet op Ambon. Fondsen al helemaal niet. En van de overheid moet de SSVA het ook niet altijd hebben. Sinds voorzitter Bob Latuheru vorig jaar het echtpaar Syaranamual ontmoette, brommeren Reza en Hillary het eiland af voor de stedenband.

Reza is Ambonees, Hillary een Britse. Eind jaren tachtig was hij student aan het bijbelseminarie in Malang, in het oosten van Java. Zij was zijn docent. “Reza was de enige Ambonees tussen allemaal Chinezen”, vertelt Hillary met het sjiekste Bahasa-accent van de hele archipel. “We werkten graag samen, deden missiereizen en waren goede vrienden. Dacht ik. Tot ik terug zou gaan naar Engeland, om voltijd in de Anglicaanse kerk te gaan werken. Mijn spullen, en al mijn theologische boeken, waren al verscheept. En toen zei Reza: ik wil niet dat je gaat.”
Hillary ging toch. Ze wilde haar pad vervolgen. Maar niet zonder Reza lange brieven te schrijven. Naar het Molukse eiland Ternate, waar Reza intussen zat. Na een jaar was ze terug in Indonesie, om het jubileum van het seminarie te vieren. “Tot dat moment waren we hele goede vrienden, maar we besloten ter plekke om ons te verloven. Niemand wist van onze relatie. Dat was not done. Toch zijn ze erachter gekomen. Terwijl ik nog zó netjes in een hotel verbleef. Het had gevolgen voor Reza, die niet mocht afstuderen. Althans, dat jaar niet. Een jaar later pas, en toen waren we intussen getrouwd.”
Ze besloten om samen in Ambon-stad te gaan wonen en werden samen dominee in de protestantse kerk. “We preekten, maar legden het liefst bezoeken af. We waren graag bij de mensen.Reza was echt van de tieners en ik van de vrouwen”, vertelt Hillary. “Nee, dat vonden ze niet vreemd; zo’n grote, toen nog blonde, blanke vrouw. Tenminste, tot het conflict heb ik er niemand over gehoord. Ze waren natuurlijk wel wat gewend met die Hollanders.”

en zo tuft het echtpaar heel Ambon rond Het stel was in 1998 goed en wel terug van een reisje naar Europa, onder meer om het wereldkampioenschap voetbal te kijken, toen de kerk ze vroeg voor een klus in Malang. “We hadden er een open huis voor studenten van de Merdeka Universiteit, waar veel studenten uit het oosten van Indonesie zaten. Onze rol als spiritueel steunpunt veranderde in die van toevluchtsoord, toen een paar maanden later het conflict op Ambon losbarstte. Ineens waren we ouders, zorgden we voor eten en mentale ondersteuning. Vanuit Malang stuurden we eten, kleren en medicijnen naar de Molukken. Het was een heftige tijd. Zeker toen het dorp Waai volledig in de as werd gelegd en in Kalimantan problemen ontstonden tussen Dayaks en Madurezen. Een van onze studenten is toen zelfs gedood, toen hij terug was in zijn dorp. Andere hebben hun leven te danken aan het feit dat ze bij ons met een Ambonees accent hadden leren praten.”
Toen de situatie in Ambon in 2005 weer ‘stabiel’ was, keerden ook Reza en Hillary terug. “Vanaf het vliegveld tot aan de stad, en dat is nogal een eind, zag je alleen maar verwoeste huizen. Vreselijk.” Hillary kijkt naar haar armen, waar kippenvel op staat. “Toen we terug waren, besloten we dat we wij wilden zijn. Niet meer in dienst van een kerk, die toch beperkingen oplegt. Voortaan gingen we freelancen. We zijn ons gaan bezighouden met dingen die er echt toe doen. Geld inzamelen voor kinderen van wie alle schoolspullen en uniformpjes waren verbrand bij onlusten op Seram, kinderen leren hoe ze anderen kunnen helpen. Zorgen dat het Maluku Theatre Ensemble haar toneelstuk over het kruidenverleden van de Molukken in Nederland kan gaan opvoeren. Een van de dingen die we ook hebben opgepakt, is het maken van een tijdschrift voor kinderen. Dat is Kacupeng geworden. Het gaat over milieu, cultuur en mensen. Maar eigenlijk gaat het over reconsolidatie, zonder dat woord te noemen. Het is heel populair in Ambon. Het probleem is alleen dat de mensen er niet voor willen betalen, ook al kost het omgerekend nog geen euro. Toch gaan we door. We vinden altijd manieren om het bij de kinderen terecht te laten komen.”

samen met hun magazine Toen de gemeentesecretaris Hillary vorig jaar vroeg om te komen vertalen toen de SSVA in Ambon was, ontmoette ze Bob. Die vroeg gelijk of ze niet zitting wilde nemen in de Ambonese commissie voor de stedenband. Dat deed ze, en intussen heeft ze zich samen met Reza onmisbaar gemaakt. Ze zijn altijd op tijd en regelen alles. Driehonderd certificaten voor pupillen van MicMec kopieren bijvoorbeeld. Of de reparatie van een gecrashte laptop voor een ingevlogen journaliste van de PZC. En dan de oneindige vertalingen. Ze doen het allemaal graag, belangeloos en vrijwillig. Dan begint ook Reza te praten. “We doen het voor Ambon. Zelf lukt het Ambon niet om er bovenop te komen, dat zien we. Door Vlissingen worden zaken wél aangepakt. Die milieueducatie, daar zou de overheid hier zelf nooit opkomen. Maar je ziet wel dat het werkt, dat mensen bewuster raken. Bovendien stimuleert Vlissingen de overheid hier om zelf ook zaken aan te pakken. Om Ambon te herbouwen. Ook al gebeurt het niet allemaal perfect, het gebeurt nu tenminste wel. Je hebt internationale organisaties zoals het UNDP, maar wij durven intussen wel te beweren dat Vlissingen de echte activator is op dit eiland. Dat mag hier wel eens wat bekender worden. Media schrijven wel over de gratis operaties, maar niet waar die doktoren helemaal vandaan komen.”

En Reza en Hillary zelf dan? Hoe rooien zij het? “Ach, wij redden het altijd wel. Eind dit jaar moeten we ons huis uit. Met onze vijf honden. Maar dat komt altijd wel goed. God zorgt voor ons. Wij zijn dankbaar voor elke dag dat we mensen kunnen helpen. Right, darling?”

Het was niet Hillary die dat zei, maar Reza.

Gepost op Nederland | Comments Off

‘Mosselen zoeken enne… kreukels! Zo heten ze toch?’

14 June 2010, geschreven door Wendy

p>Eens waren ze niet zo heel verschillend. Even oud, even groot, even gekleurd. Samen woonden ze in het Vlissingse Havendorp en samen zaten ze op de Prins Willemschool, op de Grote Markt. Maar toen kreeg Falansia’s moeder heimwee en deed haar familie wat weinig Molukkers deden: ze ging terug.

Mary’s familie bleef. Mary Latuheru – een zus van Bob – trouwde, verruilde het kamp voor de Vlissingse wijk Westerzicht, kocht later een huis in de Erasmuswijk in Middelburg en vierde twee jaar geleden haar veertigjarig jubileum als lerares in Ritthem.
Falansia trouwde ook en bouwde met haar man een huis in het dorp Soya. Ze werd jong weduwe en moest hard werken om voor haar zes kinderen te zorgen. Elke dag liep ze met een mand vol durian-vruchten op haar hoofd naar de markt in Ambon. Zes kilometer steil naar beneden – en weer terug. Op slippertjes. Ze doet het nog steeds.
Als Mary, die inmiddels De Lima heet, haar oud-klasgenootje na al die jaren weer ziet, herkent ze het gebogen vrouwtje met de strobezem meteen. Andersom niet. Niet gek: ze zijn zo veranderd. Ook al zijn ze allebei 63, Falansia Soplanit ziet eruit alsof ze Mary’s moeder had kunnen zijn. Een prachtige vrouw, goedlachs, maar je ziet dat het leven op Ambon zoveel zwaarder is dan in Nederland.

FalansiaFalansia’s vader was militair bij het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger. Toen dat besloot, door alle koloniale perikelen, twaalfenhalfduizend Molukse gezinnen tijdelijk naar Nederland te halen, kwam ook de familie Soplanit hier terecht. Eerst Vught, toen Vlissingen, toen Westkapelle, nog even in het Schouwse kamp Oude Zeug en uiteindelijk Medemblik, dat bekend stond als ‘het laatste kamp’. Voor hen die het land weer zouden verlaten. Een strafkamp, verduidelijkt Ben de Lima de situatie. „Geen school, geen eten. Alleen wat Nederlanders voor je neerlegden bij het afval. Er was een omheining; je kon nergens heen.”
Vlissingen was anders. Maar hoe ook alweer? Als Mary wat Vlissingse dingen opnoemt, begint het weer te dagen bij haar oud-klasgenootje. „Michiel de Ruyter!”, roept ze ineens uit, als het over de boulevard gaat. Het was koud toen ze daar met vriendinnetjes stonden, weet ze nog. Trainingspak, jurk eroverheen, dikke lange jas en een wollen hoofddoekje. Alles gekregen van de Centrale Ambonezen Zorg. Mary weet het ook nog. „Na schooltijd moesten we dan altijd wachten bij de bushalte aan de voormalige vissershaven. Bus 1 was voor de Ambonezen, bus 2 voor de Nederlanders. Niet dat we gescheiden werden, maar zo ging dat gewoon. En wij zaten ook wel eens in bus 2, hoor.”

Na een jaartje moest Falansia’s familie door naar Westkapelle, waar ze vier jaar bleef. Dat was een berucht kamp. Maar de tijd van de opstanden om de gaarkeuken die plaatsmaakte voor kleine aparte en dus permanente keukentjes, heeft Falansia niet meegemaakt. Wel de relletjes rond de kippen. Haar ogen glinsterend ondeugend. „Die stalen de jongens bij de boer ernaast”, zegt ze.
Het was er gezellig. „Er kwamen ook wel eens Nederlandse vriendjes in het kamp. Of we gingen samen spelen op de dijk. Mosselen zoeken enne… kreukels! Zo heten ze toch?” Het is één van de weinige Nederlandse woorden die ze niet is vergeten.

de tuin de voordeur

Falansia woont nu in een gezellig huisje samen met een aantal van haar kinderen en kleinkinderen. De muren zijn felroze – hoe kan het ook anders op Ambon – en de felgroene tuinstoeltjes staan in een rij langs de muur.
In de kamer hangen veel beeltenissen van Jezus. En een paar foto’s. Op de geluidsbox, die is afgedekt met een gehaakt kleedje, leunt tegen een kandelaar een geplastificeerde zwart/wit foto. Het blijkt haar klassenfoto uit Westkapelle. De derde klas met vooraan de Molukse kinderen, waaronder Falansia.
Ze herinnert zich nog wel wat namen. „Ruth Tumanseri, Salmon Tuhuleru. En natuurlijk Elsje Kastanja. En Paulus. Die is de foto een paar jaar geleden komen brengen. Hij was hier als evangelist.”
Ja, ze is blij dat haar moeder terug wilde en dat haar vader mee ging. „Toen, omdat dat gewoon hoorde. Thuis, daar was de pisang goreng! En nu, omdat ik hier gelukkig ben. Ik heb een fijn leven.”

Gepubliceerd in de PZC op 15 juni 2010.

Gepost op Nederland | Comments Off

De gelukkigste ojek-rijder van heel Ambon

14 June 2010, geschreven door Wendy

Toen oom Willem beloofde om terug te komen, stond Ferly Talaperu er niet bij stil dat hij dat ook écht zou doen. Laat staan met oom Ben, een stel tekeningen en een wagen vol bouwmaterialen.

De Talaperu’s? Een mevrouw vouwt haar handuk dicht en knikt richting het water. In Wayame, een dorpje recht tegenover de baai van Ambon, weet iedereen waar Ferly, Sherly en hun dochtertje Sacha wonen. Een blik op de kampong laat gemakkelijk raden om welk huis het gaat. Er is er maar één het mooist.
Op de veranda verwelkomt Ferly zijn bezoek met een glimlach die bijna niet breder kan. In de huiskamer hangen permanent roze met zilveren slingers, in de hoek staat een diepvries die tevens dient als bijzettafel, vanuit de keuken kijk je zo op zee. Een beeltenis van Jezus maakt het huiselijk geluk compleet.
Toch heeft Ferly er niet altijd zo warmpjes bij gezeten. Integendeel. Nog geen tien jaar geleden woonde hij samen met zijn twee jongere broertjes op dezelfde plek, maar in een door een orkaan gehalveerd huis zonder keuken. Als wezen, want hun ouders waren vlak na elkaar overleden. Ze hadden niets. Alleen elkaar.
“Het was heel moeilijk”, vertelt Ferly. “Zelfs ik was nog niet klaar met school en we waren al helemaal op onszelf aangewezen. Toen mijn vader nog leefde, was het ook al zwaar. Hij was namelijk verlamd en we moesten hem overal heen dragen. Nadat hij stierf, in 2000, waren we alleen maar bezig met overleven. Als assistent van de buschauffeur verdiende ik net genoeg geld om school van te betalen. We hadden veel te veel om over na te denken.”
Zo nu en dan kwam zijn familie uit Zeeland over. Na het conflict, dat Wayame overigens als een van de weinige dorpen ongemoeid liet, kwam Middelburger Willem de Jong weer eens langs. Hij schrok, want hij wist niet dat zijn neefjes wees waren geworden. “Oom Willem zei dat hij terug zou komen, en dat hij ons zou helpen. We durfden er daarna niet meer aan te denken. We hoopten het wel. En na twee jaar was hij er weer. Heel plotseling, net als altijd eigenlijk.”
Ferly glundert. Zijn oom had intussen geld ingezameld met het lopen van de Vierdaagse in Nijmegen. “Dat geld nam hij mee voor ons. Oom Ben en tante Juul waren er ook bij. Ze lieten ons de tekeningen zien en zeiden dat we mee moesten werken. Dat hebben we geweten. Oom Willem was heel streng voor ons, zei dat we door moesten werken. Het huis moest namelijk klaar.”
Muren, deuren, ramen, dak, keuken: alles werd vernieuwd. De broertjes hoefden zelfs niet meer naar het gezamenlijke badhuis in het dorp. “Na drie weken waren we al heel ver en toen kwam de allergrootste verrassing: tante Lies, van oom Willem. Vroeger paste ze niet eens onder de deurstijl door. Nu wel.” Zijn jongere broertje is inmiddels verhuisd naar Seram, om daar te werken. Maar zijn jongste broertje woont er nog. En dan zijn er nog eens twee vrouwen bij gekomen. Of het nou door zijn nieuwe huis komt, weet Ferly niet, maar opeens ontmoette hij Sherly. Ze werden verliefd en trouwden snel. Het feest gaven ze in hun nieuwe huis. Na een tijdje raakte Sherly zwanger. “Op de echo zagen we dat het een meisje was. Ik belde oom Willem om te vragen of we haar mochten vernoemen naar zijn dochter, Sacha.” En als het een jongen was, heette hij dan Willem? Ferly schatert het uit. “Waarschijnlijk wel!” Sacha heeft dezelfde grote ogen als Ferly’s nichtje Daniëlle uit Nederland, vertelt hij trots. Ze is net één geworden.
En zo kwam het dat Ferly de gelukkigste ojek-rijder van Ambon werd. In zijn dorp zijn ze stikjaloers. “Tegen ons doen ze aardig, maar achter onze rug praten ze over ons. Omdat ze denken dat wij ineens rijk zijn geworden. In dit land betekent dat meestal dat je niet zuiver bent. Maar oom Willem zegt dat we ons daar niets van moeten aantrekken. Dat we het verdiend hebben. Wij denken dat God oom Willem heeft gestuurd, als geschenk.”

Gepubliceerd in de PZC op op 8 juni 2010.

********************************************************************************

Drie jaar geleden, op 8 september 2007, stond dit verhaal in de PZC.

Ze zijn arm en de keuken, die is weggewaaid

door Wendy van den Hurk
OOST-SOUBURG – Het zijn schatten, Ferly, Njonky en Rudi. Nog weeskinderen ook. Nooit zullen ze om hulp vragen. Maar toen Souburger Willem de Jong zag hoe zijn neefjes leven, kon hij zichzelf niet stoppen. Hij liep alle hulp bij elkaar.
Dit zijn ze, wijst Willem naar een foto uit zijn Ambon-album. Twee jongens zitten glimlachend op een muurtje. Hun broertje staat er niet op. “Toen wij in 2005 in het dorp aankwamen, bleek hun vader een jaar eerder al overleden. Hij had de ziekte van Parkinson. Dat was mijn volle neef, maar ik hoorde pas ter plekke dat hij er niet meer was. Iets als rouwkaarten hebben ze daar namelijk niet. De moeder van de twee oudsten was eerder al gestorven en niet veel later ook de moeder van de jongste. Mijn neefjes hebben geen ouders meer.”
Ze wonen in Wayame, nog steeds in hun ouderlijk huis. “Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik ze daar aantrof”, vertelt Willem. “Zij weten niet beter, maar in onze ogen zijn ze gewoon zielig. Het huisje is op zich goed. De houten keuken is weggewaaid, maar het huis is van steen. Alleen hebben ze er niks in. Geen wc, geen douche, geen bedden: niks. En het dak zit vol gaten. Als je in Nederland je ouders verliest, zijn er voorzieningen vanuit de overheid, maar daar niet. Zeker niet op Ambon. Mijn neefjes moeten zich maar zien te redden.”
Gelukkig is er familie, die ze helpt. “Die geven ze eten en ze mogen er douchen. Maar een toekomst hebben ze nauwelijks. De jongste gaat naar school, voor wat het waard is, en de oudste twee scharrelen geld bij elkaar. Ze rijden mensen rond op hun scooter en ze vangen eens een visje. Hulp zullen ze nooit vragen. Mét ouders is het leven er al zwaar, maar nu missen ze ook nog eens een thuis, een moeder die ze verzorgt. Ze moeten echt zoeken. Toen wij er waren, zeiden we gelijk: we moeten ze helpen.”
Het huis moest opgeknapt worden. “Maar geld ophalen vond ik te gemakkelijk. Ik wilde er iets voor doen, een tegenprestatie leveren. Ik wilde de Nijmeegse Vierdaagse gaan lopen. Ik ben gaan trainen, mensen hebben me gesponsord. Soms per kilometer, soms gaven ze een bedrag. Ik was er helemaal klaar voor, de eerste dag ging goed en toen werd de Vierdaagse afgeblazen. Het jaar erop, dit jaar dus, heb ik hem alsnog uitgelopen. Als een speer ging ik! Geen blessures en eindelijk een voldaan gevoel. En een eindbedrag van bijna vijfduizend euro.”
Op 15 november vertrekt Willem naar Ambon, samen met zijn zwager, die heel handig is. Een maand later komt zijn vriendin Lisetta de Witte, die een website bouwde, ook. “De jongens weten dat we komen, maar we krijgen door de telefoon maar niet uitgelegd wat we komen doen. Dat is ook lastig met steeds die echo. Net als in die programma’s op televisie gaan we het hele huis verbouwen: allereerst leggen we een waterleiding aan, dan maken we een keuken, een wc, een badkamer en een extra kamer. En een nieuw dak. We repareren de gebarsten muren, de kapotte ramen. De drie maanden dat we gaan, hebben we ook echt nodig. Op Ambon is geen Gamma ofzo. Als het cement op is, dan is het op ook. In het dorp is sowieso niks te krijgen. En dan is het er ook nog eens snikheet. Het is behelpen.”
De home-makeover zal hen vast op jaloerse blikken van dorpsgenoten komen te staan, voorspelt het Souburgse stel. Niemand heeft het er breed, een koelkast is al heel wat. “En het geld dat we overhouden, geven we daar aan een weeshuis voor oorlogskinderen.”

Gepost op Nederland | Comments Off

Tresia kan nu zelfs in bomen klimmen

14 June 2010, geschreven door Wendy

Dat Tresia de Lima een sombere blik in haar ogen heeft, is niet omdat ze ongelukkig is. Of omdat ze zich schaamt voor haar rechterbeentje, nee hoor. Vlot trekt ze haar broek omhoog om het littekenlandschap en haar kromme voetje van dichtbij te laten bekijken. En dan verschijnt er zowaar een glimlach op haar gezicht.

Tresia is tien, maar kan nog maar een paar maanden lopen. De paar maanden voor haar ongeluk niet meegerekend. Ze was namelijk nog maar een jaar en achttien maanden toen haar iets vreselijks overkwam. Het was op het Molukse eiland Saparua, dat haar moeder kokosnootolie aan het koken was. En dat is heel lekker, dus liet ze Tresia en haar vriendinnetje een keer proeven. Toen haar moeder even later weg liep, bedacht Tresia dat ze nog wel een beetje lustte. Ze boog voorover en kieperde zo de pan in.
Haar vriendinnetje was stom. Ze kon niet praten en dus ook niet om hulp roepen. Er zat niets anders op dan te rennen en de grote mensen duidelijk proberen te maken dat er iets ergs was gebeurd. Het duurde daarom even voordat Tresia’s moeder haar dochter uit de pan kon tillen.
Het rechterbeentje van Tresia zat vol brandwonden, dat zag haar moeder meteen. Meteen ging ze met haar naar het Puskesmas, een gezondheidscentrum. Van daaruit werd ze direct naar het ziekenhuis vervoerd. De verpleegster die Tresia onder behandeling kreeg, depte de wonden af met een soort betadine. Pas twee dagen later was er een arts die zei dat je dat nooit moet doen. Maar toen was het al te laat.
Acht maanden heeft Tresia daar in het ziekenhuis gelegen. Acht maanden plat met een verbrand beentje. Zonder fysiotherapie, omdat haar familie daar simpelweg het geld niet voor had. Die kon alleen de zalf betalen die haar moeder samen met Tresia mee naar huis kreeg. Wat er vervolgens gebeurde, valt te raden. De huid trok samen en het beentje ging steeds krommer staan, helemaal naar buiten. Tresia heeft nooit meer zelfstandig gestaan, nooit meer gelopen en nooit meer buitengespeeld met de kinderen uit de buurt. Ze ging zelfs niet naar school.
Tresia’s moeder heeft wel eens gevraagd hoeveel het zou kosten om haar dochter te laten opereren. Zesenhalf miljoen rupiah, luidde het antwoord. Dat komt neer op een euro of vijfhonderd. Een bedrag dat haar gezin nooit zou kunnen opbrengen. Ze siddert er nog van. Maar toen hoorde ze van de gratis operaties uit Vlissingen. “Een kennis van mij werkte in het ziekenhuis van Tulehu. Ik kreeg een briefje met daarop de naam van dokter Vaandrager. Hij was plastisch chirurg. Samen met Tresia ging ik naar hem toe, in de hoop dat hij haar wilde opereren. Hij onderzocht haar en zei even later dat dat kon. Zomaar, ineens. Gratis.” Tresia werd meteen opgenomen. Eerst werden er foto’s gemaakt en werd bloed afgenomen. Na drie dagen werd ze geopereerd. “De dokter heeft huid van het bovenbeentje getransplanteerd naar het onderbeentje en dat helemaal rechtgezet. Toen Tresia wakker werd, zat haar been in het gips.”
Dat voelde heel gek, zegt Tresia zacht.

Vijf weken moest ze nog in het ziekenhuis blijven. Intussen was dokter Vaandrager al terug in Vlissingen. Dokter Agus Harianto, die zelf ook zijn vrije tijd besteedt aan gratis operaties aan arme mensen, deed de nazorg, zodat Tresia de kerstdagen weer lekker thuis in Latuhalat kon doorbrengen. Hij leerde haar moeder hoe ze de brandwonden van haar dochtertje moest verzorgen. Elke avond, voor het slapengaan, ging het gips er weer om.
Het beentje bleef mooi recht staan. Alleen het voetje staat nog krom, maar dat wil dokter Vaandrager nog een keertje rechtzetten als hij weer op Ambon is. Met Tresia gaat het uitstekend. Met stokken heeft ze leren lopen. Ze zit inmiddels in de derde klas en haalt nog hoge punten ook. Ze heeft veel vriendjes in de buurt, waarmee ze lekker gaat zwemmen en voetballen. “Ze kan zelfs in bomen klimmen”, vertelt haar moeder trots. Tresia knikt verlegen. “En ik heb nooit meer pijn.”

Gepubliceerd in de PZC op 1 juni 2010.

Gepost op Nederland | Comments Off

Niemand is nu gelukkiger dan Wana

14 June 2010, geschreven door Wendy

Als dokter Vriesde er niet was geweest… Wana durft niet eens te denken aan hoe ze er dan aan toe zou zijn. Sluit haar ogen, draait haar mooie koppie weg. “Dood”, zegt Jopi Ilintutu zacht. “Ja, misschien was ze dan wel dood.”

Wana heeft geen achternaam. Dat heeft niemand uit haar gemeenschap uit Sulawesi, die is verplaatst naar Ambon. Alle vrouwen heten Wa, met nog iets erachter. Voor mannen is dat Ar. En zo kwam het dat Wa Ana Wana werd en haar man Armadin kwam te heten. Hun zoontje hebben ze Arman genoemd.
Arman is tweeënhalf. Wana was zeventien toen ze van hem beviel. De vreselijkste bevalling die je maar kunt bedenken. Al voordat het begon, had Wana erge buikpijn. Het kind kwam maar niet en in de kampong van Oli Lama was geen dokter, laat staan een verloskundige. Wel iemand die zei dat ze verstand had van bevallingen. Dus toen Wana zoveel pijn lag te lijden, heeft haar familie die vrouw er maar bij gehaald.
Die vrouw, die begon op haar buik te duwen. Heel hard. Ze wilde het kind naar buiten drukken. Dat is gelukt, maar er kwam wel meer naar buiten dan Arman alleen. Alles was kapot. Grof gezegd: van Wana’s vagina was niets over. Na de bevalling heeft ze acht maanden thuis op een matje gelegen. Ze kon niets meer. Niet lopen, niet lachen, niet plassen. Urine viel gewoon uit haar lichaam. Overal zat pus. Dus toen ze eindelijk weer eens naar buiten kon, rook ze niet erg fris. Behalve haar familie wilde niemand bij haar in de buurt komen, of haar zoontje bewonderen. Wana’s lichaam was geruïneerd, en toen werd ze ook nog eens uit de gemeenschap verstoten.
Natuurlijk hebben ze er doktoren bij gehaald. Ze zijn zelfs met haar naar het ziekenhuis gegaan, twee zelfs, maar geen arts die het aandurfde. Eén keer heeft ze op de operatietafel gelegen. Ze was zelfs al verdoofd. Maar toen ze wakker werd, zag het er beneden nog hetzelfde uit. De chirurg had zich bedacht. Het was te ingewikkeld.
Wana lag nog een paar dagen op de afdeling, toen een zuster aan haar bed kwam te staan. “Er is een uroloog uit Nederland”, zei ze. “Hij verricht gratis operaties voor arme mensen. Misschien kan die je helpen.” Wana was al blij dat hij naar haar wilde kijken, vertaalt verpleegkundige Jopi Ilintutu uit haar Bahasa. Hij was erbij, toen dokter John Vriesde uit Vlissingen haar onderzocht. “Dokter Vriesde zei dat het heel moeilijk was om het te repareren, hij durfde niets te beloven, maar hij wilde het wel proberen. Zo goed mogelijk.”
Wana heeft alleen nog gehoord hoe anesthesie-assistent Ronald Elderkamp haar geruststelde en zei dat ze zouden beginnen. Daarna was ze weg.
Na drie kwartier werd ze weer bij bewustzijn gebracht. Wana durfde niet te kijken. Maar het was gelukt. De operatie bleek toch niet zo ingewikkeld als gedacht. “Wana moest heel erg huilen”, weet Jopi nog. “Al het verdriet kwam eruit. En alles deed het weer. Ze heeft nog vier dagen een catheter gehad, om te oefenen met plassen, en na twee weken was ze weer thuis.”

iedereen blij

Wana is echt nog een meisje om te zien. Ze is ook nog maar twintig. Ze zegt niet zo veel, maar op haar gezicht tekent zich de blijdschap af van het moment dat ze weer thuiskwam. Zonder plaslucht, zonder pus. En zo gaat dat hier: ze hoorde er weer bij. Samen met haar man en zoontje woonde ze weer gelukkig bij haar moeder. Een tweede kindje zat er voorlopig niet in, maar geslachtsgemeenschap mocht na een tijdje wel weer en wat nog belangrijker was: ze kon weer plassen als ieder ander. Wana ging weer groenten verbouwen en verkopen in de stad. Alles was weer zoals het was.
Wat ze niet wist, is dat die ‘dokter Belanda’, eenmaal terug in Vlissingen, nog steeds aan Wana moest denken. Ze had indruk op hem gemaakt. Toen hij terug was in Ambon, om weer gratis operaties te verrichten, kreeg ze een uitnodiging van hem. Hij wilde haar nog eens zien. Dus ze ging naar het ziekenhuis in Tulehu, waar John Vriesde toen was. “Hij zei dat hij een huis voor me wilde bouwen.” Wana begint te glimlachen. “En toen moest ik weer huilen.”
Het heeft even geduurd, de juiste mensen moesten nog worden gezocht, maar het huis staat er. Het allermooiste huis in de wijde omtrek. Met veel kleuren, omdat Wana daarvan houdt. Roze buitenmuren, paarse binnenmuren, groene kamerschermen, roze gordijnen. Gele kozijnen, met echte ramen erin. Het ziet er allemaal superstrak uit. Mochten ze het ooit kunnen betalen, dan is de elektriciteit al aangelegd. Er is een keuken, wat net als overal op Ambon niet meer voorstelt dan een vuurtje en wat pannen, en zelfs een eigen toilet. Of ja, een eigen gat in de grond, maar dat is al helemaal fijn. Voor meubels is geen geld, laat staan voor aankleding, dus er staat niets in het huis. Geen kast, geen tafel, geen stoel. Nog geen korantekst aan de wand.
Wana’s gezinnetje eet nog steeds alleen maar wat het verbouwt: bananen, casave, sawi. Net wat er op dat moment groeit. Vlees of vis kunnen ze niet betalen, zelfs geen rijst. Maar nergens voel je meer geluk dan in dit lieve huisje in Oli Lama. Nergens zit je liever in kleermakerszit dan op de lekker koele vloer. Want niemand is gelukkiger dan Wana.

Gepubliceerd in de PZC op 24 april 2010.

Gepost op Nederland | Comments Off

Afscheid van Ambon

21 April 2010, geschreven door Wendy

Nog maar een paar uurtjes en ik vlieg van Ambon vandaan.

(…)

Ik ben er best een beetje stil van. Het lijkt wel of ik me ben gaan hechten aan dit eiland. Dat heb ik anders nooit. Steeds probeer ik te achterhalen wat ik dan zo fijn vind hier, maar ik kan het niet uitleggen. Het is niet het klimaat dat me zo bevalt, een mooie omgeving of een lekkere keuken. Het is een gevoel. Alsof ik hier op mijn plek ben. Ik vind het zo heerlijk om lekker te lachen met die lui hier, om oude dametjes in ouderwets kinderlijk Nederlands (”dat zijn hele stoute mensen!”) te horen spreken. Om te zien dat mensen met een eenvoudig bestaan zoveel gelukkiger zijn. En dat te begrijpen.

Natsepa, met zicht op Ambon-stad

Maar ook het klimaat, de omgeving en de keuken zijn geweldig! Echt, Ambon is zo mooi. Veel mooier dan ik het me had voorgesteld. Maar geen paradijs. Althans, niet overal. Op sommige plekken is het echt een gore bende. Daarom begrijp ik ook goed waarom juist de Nederlanders met een Molukse achtergrond hier de meeste moeite hebben. Hen wordt op verjaardagen een exotisch beeld voorgeschoteld, omdat oma’s zich het schone Ambon van vroeger herinneren. En misschien ook wel omdat je in het koude grauwe Nederland geneigd bent dit eiland te romantiseren.

Ambon verdient het om bewonderd te worden. De plek waar nu de pasar staat te stinken, hoort gewoon boulevard te zijn. Vanaf een terrasje zou je er een waanzinnig uitzicht hebben. En zo heel veel is daar nou ook weer niet voor nodig; zie hoe ver Vlissingen komt met eenvoud. Als de inwoners dan een beetje gewend raken aan bezoekers, is het bule-gedoe misschien ook eens afgelopen. Moeten wij in Nederland eens proberen, ‘zwarte’ roepen naar iemand met een donkere huidskleur. In het begin is het wel grappig, vooral als je ‘cokelat’ terug roept, maar op den duur gaat het vervelen. Zeker als er ongegêneerd mobieltjes (klik!) voor je gezicht worden gehouden, terwijl je bijvoorbeeld met mensen zit te eten. Sowieso, die mobieltjes… Het kan best zijn dat ze ingeburgerd zijn, maar schuif niet alles af op cultuur. Zoals een wijs meisje uit Veere zojuist nog zei: “Toen die cultuur ontstond, waren die dingen er echt nog niet.”

Mijn reis is meer dan geslaagd. Ik loop over van inspiratie, denk de hele dag in teksten en heb bijzondere mensen ontmoet. Het heeft mooie verhalen opgeleverd. Het is alleen wel, en daar was ik van tevoren voor gewaarschuwd, anders gelopen dan ik had bedacht. Dokter Agus Harianto, die altijd samenwerkt met de Vlissingse artsenteams, heb ik niet meer gesproken. Niet eens om onze afspraak af te zeggen. Om over de gemeentesecretaris maar te zwijgen. Gisterochtend liet ze die arme Irene mij weer sms’en dat ze me verwachtte op het PemKot. Ja daaag. Ik heb daar drie keer voor niks gezeten. Hooggeplaatste figuren mogen het hier gewend zijn dat iedereen voor ze gaat rennen zodra zij met hun vingers knippen – ik doe daar niet aan mee. Dan maar geen dr Nona. En dat je gratis publiciteit verkwanselt, is tot daar aan toe. Maar van de SSVA hoor ik gelijksoortige verhalen. Hallo, die mensen komen hier een paar keer per jaar geld brengen! Arme mensen gratis opereren, leerkrachten milieuonderwijs bijspijkeren… Ik begrijp dat niet. Maar waarschijnlijk hebben mensen Bob Latuheru helemaal gelijk als ze zeggen dat het hier nu eenmaal de cultuur is. Ik heb veel respect voor het begrip en geduld dat zij weten op te brengen. Dat is pas liefde voor je land.

Ach, Ambon heeft helemaal geen mooie bobo-praatjes nodig. Het is al prachtig van zichzelf! De natuur, de uitzichten, de mensen… Echt, het heeft alles in zich om heel veel bule’s verliefd te laten worden. Alleen moet ze dat zelf eens inzien. Trots zijn, dat uitdragen, mooie plekken opknappen. Wat dat betreft is die stedenband zo gek nog niet; volgens mij heeft Vlissingen hetzelfde luxeprobleem.

Ambon, saya berharap dapat melihat anda lagi… (toch handig, Google Translator!)

Gepost op Ambon | 2 reacties »

Ik sta in de krant!

21 April 2010, geschreven door Wendy

Denk je alles gehad te hebben, staat er ineens een journalist voor je neus…

What’s your name?
What’s your birthday?
What’s your city?
What’s your newspaper?
What’s your opinion about Ambon?
What’s the difference with your city?
What’s your advice for Ambon?

zeg maar De Faam van Ambon (denk ik) Middleburg...

(en volgens mij sta ik ook nog in een andere krant, weet alleen niet meer welke)

Gepost op Ambon | 1 reactie »

Reacties

20 April 2010, geschreven door Wendy

Hihi, ik krijg heel veel leuke reacties op dit weblog. Complimenten, opbouwende kritiek, lezingverzoeken, bundelsuggesties en mijn redactie schijnt al een stapeltje blogs te hebben uitgeprint voor een ik-ben-al-meer-dan-veertig-jaar-lid-dame zonder internet. Leukleukleuk! Veel mensen vragen ook naar de zaterdagverhalen, aangezien zij de PZC niet hebben. Daarom zet ik ze online. Enne… lezingen: neuh.
Wat Gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet.

word-icon Welkom, dat is hier het woord

word-icon Op één religie, op twee seks, op drie dieren

word-icon De VOC-gelijkenis is niet toevallig

word-icon De Japanners, die waren pas erg

Gepost op Ambon | Comments Off

Soldaat voor Ambon

20 April 2010, geschreven door Wendy

Hier kun je ’s avonds op tv alleen maar kiezen uit talentenjachten, soaps vol vuur, bloed en vooral heel veel tranen en cinematologische spektakels van Jackie Chan. Jullie hebben tenminste de AVRO nog. Die zendt vanavond een documentaire uit over Ambon.

Soldaat voor Ambon
Dinsdag 20 april 2010, 23:25 uur, Ned. 2
Een onthullende documentaire over de geheime missie van Erik Hazelhoff Roelfzema in de Zuid Molukken.
Herhaling: zaterdag 24 april, 14:30 uur, Ned. 2

Erik Halzelhoff RoelfzemaErik Hazelhoff Roelfzema, de in 2007 overleden oorlogsheld, is voor Nederlanders synoniem met Soldaat van Oranje. Hij staat symbool voor het verzet in oorlogstijd. Zijn functies zijn dan ook legendarisch: Engelandvaarder, geheim agent, RAF-piloot, adjudant van Koningin Wilhelmina en bovenal Soldaat van Oranje. Van het gelijknamige boek zijn meer dan een miljoen exemplaren verkocht. De film staat nog altijd bekend als beste Nederlandse speelfilm ooit.
Wat weining mensen echter weten is dat Erik Hazelhoff in1950 richting de Zuid Molukken vertrekt om zich in te zetten voor de Molukse onafhankelijkheid. De eilandengroep wil zich los maken van Indonesië maar krijgt te maken met een bloedige militaire invasie. Hazelhoff raakt verzeild in een James Bond-achtig avontuur, waarin hij met een watervliegtuigje het bezette Ambon tracht te bereiken. Maar wat hield zijn missie precies in? En wie waren erbij betrokken? De makers van Soldaat voor Ambon, Carel Erasmus en Floris Meinardi, reizen in juli 2007 af naar Hazelhoff’s woonplaats Hawaï en confronteren hem met zijn betrokkenheid bij acties op de Molukken. Het blijkt het laatste tv-interview, tien weken later overlijdt de oorlogsheld op 90-jarige leeftijd. De documentaire is een reconstructie van wat zich tijdens deze geheime operatie kan hebben afgespeeld.

Enkele verrassende en tot nu toe onbekende feiten komen aan het licht. Zo blijkt dat Hazelhoff voorbereidingen heeft getroffen voor illegale wapentransporten naar de Molukken. Behalve Erik Hazelhoff zélf komt ook zijn onlangs overleden zoon Erik jr. aan het woord. Verder een aantal getuigen onder wie ex-CIA agent Allan Charak, ex-geheim agent Bob Zalm en de weduwe van de door Indonesië ter dood gebrachte RMS-leider Chris Soumokil. Zij bevestigen de betrokkenheid van Hazelhoff bij de vrijheidsstrijd van de Molukkers. Een strijd die nog immer voortleeft, getuige de zestigjarige herdenking van de onafhankelijkheidsstrijd, op 25 april aanstaande.

Gepost op Ambon | Comments Off