14 June 2010, geschreven door Wendy
Toen oom Willem beloofde om terug te komen, stond Ferly Talaperu er niet bij stil dat hij dat ook écht zou doen. Laat staan met oom Ben, een stel tekeningen en een wagen vol bouwmaterialen.
De Talaperu’s? Een mevrouw vouwt haar handuk dicht en knikt richting het water. In Wayame, een dorpje recht tegenover de baai van Ambon, weet iedereen waar Ferly, Sherly en hun dochtertje Sacha wonen. Een blik op de kampong laat gemakkelijk raden om welk huis het gaat. Er is er maar één het mooist.
Op de veranda verwelkomt Ferly zijn bezoek met een glimlach die bijna niet breder kan. In de huiskamer hangen permanent roze met zilveren slingers, in de hoek staat een diepvries die tevens dient als bijzettafel, vanuit de keuken kijk je zo op zee. Een beeltenis van Jezus maakt het huiselijk geluk compleet.
Toch heeft Ferly er niet altijd zo warmpjes bij gezeten. Integendeel. Nog geen tien jaar geleden woonde hij samen met zijn twee jongere broertjes op dezelfde plek, maar in een door een orkaan gehalveerd huis zonder keuken. Als wezen, want hun ouders waren vlak na elkaar overleden. Ze hadden niets. Alleen elkaar.
“Het was heel moeilijk”, vertelt Ferly. “Zelfs ik was nog niet klaar met school en we waren al helemaal op onszelf aangewezen. Toen mijn vader nog leefde, was het ook al zwaar. Hij was namelijk verlamd en we moesten hem overal heen dragen. Nadat hij stierf, in 2000, waren we alleen maar bezig met overleven. Als assistent van de buschauffeur verdiende ik net genoeg geld om school van te betalen. We hadden veel te veel om over na te denken.”
Zo nu en dan kwam zijn familie uit Zeeland over. Na het conflict, dat Wayame overigens als een van de weinige dorpen ongemoeid liet, kwam Middelburger Willem de Jong weer eens langs. Hij schrok, want hij wist niet dat zijn neefjes wees waren geworden. “Oom Willem zei dat hij terug zou komen, en dat hij ons zou helpen. We durfden er daarna niet meer aan te denken. We hoopten het wel. En na twee jaar was hij er weer. Heel plotseling, net als altijd eigenlijk.”
Ferly glundert. Zijn oom had intussen geld ingezameld met het lopen van de Vierdaagse in Nijmegen. “Dat geld nam hij mee voor ons. Oom Ben en tante Juul waren er ook bij. Ze lieten ons de tekeningen zien en zeiden dat we mee moesten werken. Dat hebben we geweten. Oom Willem was heel streng voor ons, zei dat we door moesten werken. Het huis moest namelijk klaar.”
Muren, deuren, ramen, dak, keuken: alles werd vernieuwd. De broertjes hoefden zelfs niet meer naar het gezamenlijke badhuis in het dorp. “Na drie weken waren we al heel ver en toen kwam de allergrootste verrassing: tante Lies, van oom Willem. Vroeger paste ze niet eens onder de deurstijl door. Nu wel.” Zijn jongere broertje is inmiddels verhuisd naar Seram, om daar te werken. Maar zijn jongste broertje woont er nog. En dan zijn er nog eens twee vrouwen bij gekomen. Of het nou door zijn nieuwe huis komt, weet Ferly niet, maar opeens ontmoette hij Sherly. Ze werden verliefd en trouwden snel. Het feest gaven ze in hun nieuwe huis. Na een tijdje raakte Sherly zwanger. “Op de echo zagen we dat het een meisje was. Ik belde oom Willem om te vragen of we haar mochten vernoemen naar zijn dochter, Sacha.” En als het een jongen was, heette hij dan Willem? Ferly schatert het uit. “Waarschijnlijk wel!” Sacha heeft dezelfde grote ogen als Ferly’s nichtje Daniëlle uit Nederland, vertelt hij trots. Ze is net één geworden.
En zo kwam het dat Ferly de gelukkigste ojek-rijder van Ambon werd. In zijn dorp zijn ze stikjaloers. “Tegen ons doen ze aardig, maar achter onze rug praten ze over ons. Omdat ze denken dat wij ineens rijk zijn geworden. In dit land betekent dat meestal dat je niet zuiver bent. Maar oom Willem zegt dat we ons daar niets van moeten aantrekken. Dat we het verdiend hebben. Wij denken dat God oom Willem heeft gestuurd, als geschenk.”
Gepubliceerd in de PZC op op 8 juni 2010.
********************************************************************************
Drie jaar geleden, op 8 september 2007, stond dit verhaal in de PZC.
Ze zijn arm en de keuken, die is weggewaaid
door Wendy van den Hurk
OOST-SOUBURG – Het zijn schatten, Ferly, Njonky en Rudi. Nog weeskinderen ook. Nooit zullen ze om hulp vragen. Maar toen Souburger Willem de Jong zag hoe zijn neefjes leven, kon hij zichzelf niet stoppen. Hij liep alle hulp bij elkaar.
Dit zijn ze, wijst Willem naar een foto uit zijn Ambon-album. Twee jongens zitten glimlachend op een muurtje. Hun broertje staat er niet op. “Toen wij in 2005 in het dorp aankwamen, bleek hun vader een jaar eerder al overleden. Hij had de ziekte van Parkinson. Dat was mijn volle neef, maar ik hoorde pas ter plekke dat hij er niet meer was. Iets als rouwkaarten hebben ze daar namelijk niet. De moeder van de twee oudsten was eerder al gestorven en niet veel later ook de moeder van de jongste. Mijn neefjes hebben geen ouders meer.”
Ze wonen in Wayame, nog steeds in hun ouderlijk huis. “Ik kreeg tranen in mijn ogen toen ik ze daar aantrof”, vertelt Willem. “Zij weten niet beter, maar in onze ogen zijn ze gewoon zielig. Het huisje is op zich goed. De houten keuken is weggewaaid, maar het huis is van steen. Alleen hebben ze er niks in. Geen wc, geen douche, geen bedden: niks. En het dak zit vol gaten. Als je in Nederland je ouders verliest, zijn er voorzieningen vanuit de overheid, maar daar niet. Zeker niet op Ambon. Mijn neefjes moeten zich maar zien te redden.”
Gelukkig is er familie, die ze helpt. “Die geven ze eten en ze mogen er douchen. Maar een toekomst hebben ze nauwelijks. De jongste gaat naar school, voor wat het waard is, en de oudste twee scharrelen geld bij elkaar. Ze rijden mensen rond op hun scooter en ze vangen eens een visje. Hulp zullen ze nooit vragen. Mét ouders is het leven er al zwaar, maar nu missen ze ook nog eens een thuis, een moeder die ze verzorgt. Ze moeten echt zoeken. Toen wij er waren, zeiden we gelijk: we moeten ze helpen.”
Het huis moest opgeknapt worden. “Maar geld ophalen vond ik te gemakkelijk. Ik wilde er iets voor doen, een tegenprestatie leveren. Ik wilde de Nijmeegse Vierdaagse gaan lopen. Ik ben gaan trainen, mensen hebben me gesponsord. Soms per kilometer, soms gaven ze een bedrag. Ik was er helemaal klaar voor, de eerste dag ging goed en toen werd de Vierdaagse afgeblazen. Het jaar erop, dit jaar dus, heb ik hem alsnog uitgelopen. Als een speer ging ik! Geen blessures en eindelijk een voldaan gevoel. En een eindbedrag van bijna vijfduizend euro.”
Op 15 november vertrekt Willem naar Ambon, samen met zijn zwager, die heel handig is. Een maand later komt zijn vriendin Lisetta de Witte, die een website bouwde, ook. “De jongens weten dat we komen, maar we krijgen door de telefoon maar niet uitgelegd wat we komen doen. Dat is ook lastig met steeds die echo. Net als in die programma’s op televisie gaan we het hele huis verbouwen: allereerst leggen we een waterleiding aan, dan maken we een keuken, een wc, een badkamer en een extra kamer. En een nieuw dak. We repareren de gebarsten muren, de kapotte ramen. De drie maanden dat we gaan, hebben we ook echt nodig. Op Ambon is geen Gamma ofzo. Als het cement op is, dan is het op ook. In het dorp is sowieso niks te krijgen. En dan is het er ook nog eens snikheet. Het is behelpen.”
De home-makeover zal hen vast op jaloerse blikken van dorpsgenoten komen te staan, voorspelt het Souburgse stel. Niemand heeft het er breed, een koelkast is al heel wat. “En het geld dat we overhouden, geven we daar aan een weeshuis voor oorlogskinderen.”
Gepost op Nederland | Comments Off